Igor Stravinsky
Er is niet één Igor Stravinsky. Er zijn er vele en daarvan is de Russische in verhouding het meest bekend. Maar er valt geen stijl te bedenken waar Stravinsky zich niet intens mee heeft beziggehouden. Of het nu gaat om die van de middeleeuwer Guillaume de Machault, de renaissancemeester Carlo Gesualdo, barokcomponisten als Giovanni Pergolesi, de Nederlander Unico van Wassenaar en Johann Sebastian Bach, Stravinsky's Russische confraters Tsjaikovski, Rimski-Korssakov (Stravinsky's leermeester) en
Skriàbin, zijn Franse collega Debussy en niet te vergeten tijdgenoten als Schönberg, Webern en Boulez: allemaal hebben ze op een of andere manier een plaats in Stravinsky's enorme muzikale nalatenschap gekregen. En dan hebben we het nog niet eens over de jazz waarvan de sporen in diverse werken van Stravinsky zijn terug te vinden.
Niet zonder reden wordt Stravinsky wel met een kameleon vergeleken, het dier dat de kleur van zijn omgeving aanneemt.
Maar in tegenstelling tot de echte kameleon die door de kleur van de omgeving waarin hij zich bevindt zo goed als onherkenbaar wordt, herkent men Stravinsky aan onverschillig welke noot. Om het even of het daarbij gaat om het heidense oergeweld in de Sacre of het op de sierlijke en bekoorlijke melodieën van onder andere Pergolesi gebaseerde ballet Pulcinella (1920). Dat komt omdat Stravinsky zich weliswaar op allerlei muzikale stijlen en vormen baseerde, maar dit altijd deed vanuit zijn eigen muzikale opvattingen.